HOME

African Roots

 

Count Ossie

Geboren als Oswald Williams in 1928 te Jamaica en overleden op 16 oktober 1976. Als jongen kwam hij in aanraking met de Rastabeweging. Daar leerde hij het hand-drummen en de zangtechnieken die terug gaan naar de tijd van voor de slavernij in Afrika. In het eind van de jaren vijftig werd hij een meester-drummer en formeerde een groep van percussionisten om zich heen, de Count Ossie Groep. Bij het begin de jaren zestig was hij meer een culturele icoon dan een popster en het was de slimheid van Prince Buster (daar issie weer) dat hem deelgenoot maakte van de reggae. Buster was opzoek naar een nieuw geluid om zijn eeuwige rivalen Duke Reid en Coxsone Dodd af te troeven.

Count Ossie

Duke kreeg gehoor van de geruchten dat Prince Buster naar de studio ging om een iets nieuws op te nemen, Hij huurde gelijk zelf de hele studio af om Buster dwars te zitten. Dit hield de Prince niet tegen en in een klein kamertje samen met de Folks Brothers (de enige die mee wilde werken met deze rastagroep) neem hij het geweldige ‘Oh Carolina’ op. Het werd een reggaedocument van grote waarde. Op de dance-avond draaide Buster naast een gratis show van de Duke. Buster gooide zijn plaat erop en al snel trokken de trommels van de Count Ossie Groep de hele dance van de Duke leeg. Deze keer had Prince Buster een meesterzet gedaan. Later is Count Ossie ook nog voor Duke Reid en Harry Mudie gaan werken maar nooit heeft een plaat zoveel meer impact gemaakt.




Goed terug naar de het nummer ‘Oh Carolina’. Het was een unieke combinatie van ska, R&B toen erg populair in die tijd en ‘grounation’, fundamentalistische muziek die polair was in Jamaica en de ‘mod’ scene in Londen. Opnames met Dodd volgde dus, de Mellowcats begeleidend met ‘Another Moses’, Bunny And Skitters met ‘Lumumbo’ en Lascelles Perkins ‘Destiny’. Ze maakten ook een paar nummers onder hun eigen naam zoals ‘Cassavubu’ (voor Prince Buster) en ‘Babylon Gone’ (voor Harry Mudie). De groep produceerde daarna niet zoveel meer tot 1970, waar ze ‘Whispering Drums’ (voor Mudie), ‘Back To Africa Version One’ (Lloyd Daley) en ‘Holy Mount Zion’ en ‘Meditaion’ (voor Dodd) deden. Rond deze tijd werden de drummers aangevuld met een basspeler en een horenssectie die geleid werd door Cedric Brooks en de groep nam de naam aan, Mystic Revelation Of Rastafari.


In 1973 namen ze het driedubbele album ‘Grounation’ op. Wat nog steeds een landmark is de geschiedenis van de Jamaicaanse Muziek telt. De set bevat o.a. Charles Lloyd ‘Passin Thru’ de Jazz Crusaders ‘Way Back Home’, Ethiopische melodieĎn, improvisaties, hymens en poĎzie. In 1975 volgde de groep met een vergelijkbaar sterk album ‘Tales From Mozambique’. Kort daarna kwam Count Ossie te overlijden en liet een uniek nalatenschap na die voortgezet werd door Ras Michael And The Sons Negus en verschillende andere groepen. In de jaren tachtig kwamen verscheidene leden van de Mystic Revelation Of Rastafari weer bij elkaar, waarvan alleen twee tracks zijn uitgebracht ‘Little Drummer Boy’ en ‘Hero Is He’ gemaakt voor A Tributen To Marcuss Garvey.

Luisterfragment: So Long