Reggae-Wise “SPECIAL”
Nadat hij jawel in het midden van de jaren tachtig in Nederalnd te
hebben gewoond, verhuist hij naar London, met af en toe een optreden. In 1990
verhuist hij naar Zwitserland.


Ik denk dat wel mogen spreken van een van de grondleggers van de reggaemuziek.
Maar zijn invloed gaat verder. Vele artiesten gebruiken samples uit zijn
nummers, denk bijv. maar ‘I’m gonna sent you outta space, to find another race’.
En er zijn muzikale invloeden op hiphop, dance, punk bijv. Beastie Boys, The
Bees, The Clash en samenwerkingen met Paul McCartney, John Martyn en Robert
Palmer.
Daarnaast is hij ook de “uitvinder” van het strakke reggae geluid
in bijvoorbeeld ‘Duppy Conqueror’ en waterachtige reggae geluid uit de Black
Ark. Ook zijn mix van dub-technieken wordt geroemd. Hij was zeker een van de
eerste die een geweldig geluid uit de mengtafels wist te toveren wat niet geëvenaard
is tot op heden. Maar nu genoeg superlatieven we gaan de man gewoon eens rustig
bespreken.


Lee “Scratch” Perry
Geboren als Rainford Hugh Perry op 28 maart 1936 te Hanover
Jaimaica. Lee Perry begon zijn muzikale carrière bij de legendarische Coxsone
Dodd (zie ook Studio One). Zijn werk bestond uit het organiseren van opname
sessies, het scouten van platen en later ook het houden van audities in de
winkel van Dodd in Orange Street, Kingston. In 1963 ging hij producties doen en
nummers schrijven voor Delroy Wilson (‘Joe Liges’, ‘Spit In The Sky’) en The
Maytels. Perry zijn eerste eigen vocalen zijn te horen bij Dodd. Met zijn bluesy,
toasting stijl samen met de sublieme Skatalites zette Perry een geheel eigen
stijl neer waar hij gedurende zijn carrière niet of nauwelijks is van afgeweken
(Alhoewel zijn stijl na 1980 toch ietwat veranderde, maar daar over later meer).
Zijn teksten gaan over sociale en persoonlijke gerechtheid, sex en zoals zijn
materiaal die hij schreef voor Delroy Wilson, over prikkelende aanvallen op muzikale
rivalen. Meestal was voormalig Coxsone werknemer Prince Buster de dupe. Je kunt
ze horen op tracks als ‘Prince In The Pack’, ‘Trial And Crosses’, ‘Help The
Weak’, ‘Give Me Justice’, ‘Chicken Scratch’ (waar hij zijn bijnaam aan
verdiende), ‘Doctor Dick’ met Rita Marley and The Soulettes als achtergrondkoor
en ‘Madhead’ opgenomen tussen 1963 en 1966. Later gecompileerd oa. op het album
Chicken Scratch (1963-1966).


Maar eigenlijk viel het best mee met de rivaliteit want Perry verscheen regelmatig op platen van
Buster zoals ‘Ghost Dance’ en ‘Judge Dread’. Gedurende zijn periode met Dodd
begon hij ook te werken met de Wailers wat later nog anders zou gaan uitpakken.
In 1966 verlaat hij Dodd en begint te werken met andere producers
zoals J.J. Johnson, Clancy Eccles en 1968 met Joe Gibbs (Wirl Records) voor wie
hij nummers schreef en artiesten ging produceren zoals Errol Dunkley en The
Pioneers. J.J. Johnson heeft trouwens vele bijnamen dus misschien kennen jullie
hem ook van Harry Johnson, Harry J., Sir J.J., Sir Harry.
Met Gibbs
maakte hij ook een scherpe plaat gericht aan Dodd genaamd ‘The Upsetter’ zijn
volgende bijnaam. Bij Joe Gibbs nam Perry verschillende nummers op waaronder de
locale hit ‘People Funny Boy’ een prikkelende plaat, gericht aan zijn voormalige
werkgever, die hij beticht van vuilspuiterij. Van deze plaat werden er destijds
50.000 van verkocht en bevatte een van de eerste door de bas opgezweepte beat
genaamd “reggae” rhythms. Van zijn eerste geld kocht hij een Jaguar S die hem
ook gelijk zijn status als producer neerzette op Jamaica. Het is een heerlijk
nummer dat je gerust op een warme zomerdag zo de speakers uit kan laten
knallen.



In 1968 richt Perry zijn eigen label op ‘The Upsetter’ met wederom
de hulp van Glancy Eccles. Hij kreeg gelijk hits met Davis Isaacs (‘Place The
Sun’) en the Untouchables (‘Tighten Up’) en zoals gebruikelijk met ander
reggae-producers in die tijd, had hij een contract met Trojan die zijn platen
uitbracht onder zijn eigen label in de UK.
Perry had zijn eerste
hit succes met tenor saxofonist Val Bennet’s spaghetti wenstern-titel ‘Return
Of Django’, die drie weken op nummer vijf bleef staan in oktober 1969. In deze
tijd zitten zeker hele sterke nummers, vooral The Upsetter Again is een aanrader. Ook
werkt hij nog aan een album voor Pat Kelly. In 1970 begon hij te produceren
voor de Wailers met nummer als ‘Small Axe’, Duppy Conqueror’. En ‘Soul Rebel’,
die worden nu worden gezien als een van het beste werken van de Wailers. Dit
zijn geweldige albums, je kunt deze albums niet meer stoppen zodra je ze op de
platenspeler hebt gelegd. Hier hoor je een jonge Bob Marley samen met
waanzinnige reggae rhythms en zware baslijnen. Niet te missen voor de reggae liefhebber.



Meer dan 100 nummers zijn er uitgebracht op het Upsetter label
tussen 1969 en 1974 met artiesten als Dave Barker (Dave And Ansell Collins), (‘Shocks
Of Mighty’, 'Upsetting Station’), Dennis Alcapone ('Alpha & Omega’), The
Stingers (‘Give Me Power’), The Bleechers (‘Come Into My Parlour’, 'Check Him
Out’), Neville Hinds (‘Blackmans Time’), Leo Graham (‘Newsflash’) Big Youth (‘Mooving
(sic) Version’) en de legendarische Junior Byles (‘Beat Down Babylon’, ‘Place
Called Africa’).




Perry gaf ook een paar intense, energieke, strakke, instrumentale
platen uit: ‘Night Doctor’, ‘Live Injection’, 'Cold Sweat’, ‘Django Shoots
First’, ‘The Vampire’en ‘Drugs & Poison’. Te vinden op The Upsetter (Trojan 1969), Many
Moods Of The Upsetter (1970), Scratch The Upsetter Again (1970), Clint
Eastwood (1970) en zowaar een
Best of Lee Perry And The Upsetters (1970). Andere producties zoals ‘Selassie’ door
de Reggae Boys, de instrumentale plaat ‘Dry Acid’, ‘Return Of The Ugly’, 'Clint
Eastwood’, en ook vele andere verschenen bij de B&C en Pama labels. Later ook
uitgebracht door Trojan als de UK Upsetter Single Collection (1969-1973).




Er komen onder Trojan nog twee albums uit: Africa’s Blood (Trojan 1972) een
degelijk album met een veel betere hoes, Battle Axe (Trojan 1972) een
goede collectie van nummers Lee Perry uit deze periode (1969-1971). Sommige
nummers zijn geproduceerd door Bunny Lee, maar de meeste toch door Perry zoals:
‘Battle Axe’ de rhythm track voor Bob Marley's Small Axe, ‘Dark Moon’een reggae
versie van “’Blue Moon’ en de uitsmijter van Junior Byles ‘A Place Called
Africa’.


Hier eindigt ongeveer de eerste periode want met Cloak &
Dagger ( Rhino, 1972) begint zijn “black ark” periode. Dan begint ook de tijd
dat hij meer gaat werken met DJ’s zoals U-Roy, Dr Alimantado, Dillinger, I-Roy
en Charlie Ace ('Cow Chief Skank'). Ook ontstond er een samenwerking met King
Tubby maar voor dat ik te veel vertel (het woord is nu aan jou Ziggy) luister
eens naar:
Place Called Africa (vs 3 Africa’s Blood)
Boek:
People Funny Boy: the Genius of Lee "Scratch" Perry by
David Katz
(2000, Payback Press)
Compilaties:








Van links naar rechts:
-
People Funny Boy 1968-70, Upsetting The Nation 1969-70, The
Upsetters A GoGo 1969-73, Give Me Power 1969-73, Essential Madness
From The Scratch Files 1669-1973 The
Upsetter Shop vol 2 1969-73 The Upsetter Collection 1969-73, Shocks of Mighty 1969-74
Links: